Cover of De Boeventaal

De Boeventaal

Auhtor: W H Kster Henke

Language: dutch
Published: 1906

Genres:

language
Downloads: 250
eBook size: 102Kb

Review by C. F. Hill, November 2009


Rating: (****)
Copyright: Public Domain in the U.S.
Please check the copyright status in your country.

Excerpts from the Book 'De Boeventaal':

... verschillende ambtenaren-het groote belang dezer aangelegenheid begrijpende-de woorden en uitdrukkingen uit het Bargoensch, die zij bij de uitoefening ...
... winkel, huis, gevangenis. Bajeskar of bajeswagen, celwagen. Bajesklant, iemand die veel in de gevangenissen terecht komt. Bak, kop. Een ...
... is goed af, hij heeft een paar honderd gulden voor zijn aandeel). Spottend wordt van iemand die getrouwd is gezegd: Hij is betoeft. Betoeg(d), gered, ...
... (groene), het gras. Luimen op de groene deken. (Op 't gras slapen). Dekkel, politieagent. Dekken, aan 't gezicht of gehoor onttrekken. ...
... jongen. Dat gaat hier gehaaid, hoor. Gehad, bemachtigd. Ik heb gisteravond wat schooren gehad (goederen bemachtigd). Gehandeld, gestolen. Hij ...
... is geweest). Geschote, gezien, begrepen. Heit niemand je geschote. Geseewerd, gestolen. Zie Gezeeferd. Gesimpt, geschreid. Gesjankt, getrouwd ...
... lik (een goede gevangenis). Immese schooren (best goed). Ook: heusch. Het is immes. Als ik maar n neutje (slokje) gehad heb, voel ik me weer immes ...
... (Niets zeggen). Kalletje, publieke vrouw. Kanebrajer of Kaantjesbrader, iemand die zich over kleinigheden druk maakt. Kanes, hoofd. Kanker, ...
... dien ik niet knijs. Koef noen, twee Hebreeuwsche letters, K en N, gebruikt voor: kost niets. Koetsef, diamant, (roosje). Koetsef blinker, briljant. Koeskoepee, ...
... knap dronken). Lat, stok, sabel, kerfstok. Me olmse had daar aardig op de lat gedronken, (op de pof), op crediet. Laten zakken, in 't water gooien. Latkip, ...
... niets. Louwfikus te beknijzen. (Niets te zien). Louwloene, slechte zaken, tegenspoed. Louwpoekelen, niets zeggen, niets meedeelen. Louwsmoezen, ...
... Hij is nou in de merode (aan lager wal). Merriekie, moeder. Merwiechers, meikevers, landloopers, dieven. Mesokke, Mesjoche, Mesjoege, Mezokke, ...
... dat iemand bij zich draagt om mee te pronken. Parademaker, bluffer, die opschept met geld, dat niet van hem is. Paradet, kletskop, zeer hoofd, schurftkop, ...
... kapot, bedorven, rot . van dieren. Peigere visch. Peiger maken, dood maken. Peigeren (peieren), sterven, doodgaan. Pekaan, (piekaan, bekaan), ...
... bij, dan slaan ze 'm half rot als ie op de vlakte komt. Rotten, stinken. Rotteraar, verrader. Ruiker, slechte stoot op 't biljart (zie ui en ...
... kantoor. Schubbetje, dubbeltje. Schuifster, hysterische vrouw. Schuiven, loopen. Laat die maar schuiven. Schuiver. Een schuiver nemen ...
... zij die op een kansje tippelen. Snij, zakdoek. Soemkoef, politie. Soentje, verraderlijke steek of por. Soeteneur, bijspringer. Sohof, goud. Sokken, ...
... een velletje en een toppie aan. Me olmse wierp ze toppie in een hoek. Alle tippelaars dragen toppies van 2 pieken, mooie gassies maar jouker. Tor, ...
... wegstoppen. Verkrummelen (zich), zich wegmaken, uitknijpen, zich verstoppen. Verlinken, verraden, bedotten. Verlinker, verrader. Verlunzen, ...
... onder zeil brengen. (Iemand in slaap maken). Zerouang, arm (lichaamsdeel). Zeventandje, soort Engelsche sleutel. Zitterik, stoel. Zoei, soep. ...